POKIQ

leren · river

De river.

De laatste kaart ligt en er valt niets meer te verbeteren. Daarmee verdwijnt alles wat de vorige straten ingewikkeld maakte, en blijven er twee redenen over om in te zetten: een slechtere hand betaalt je, of een betere hand gooit weg. Gaat geen van beide op, dan check je.

twee redenen, en verder niets

Waarde

Je zet in omdat een slechtere hand je betaalt. De toets is één vraag: welke hand die ik versla gaat hier mee. Kun je er geen noemen, dan is dit geen waarde-inzet en check je.

Bluf

Je zet in omdat een betere hand weggooit. Dat werkt alleen als je verhaal klopt met wat je de hele hand hebt gedaan, en als je tegenstander werkelijk handen heeft die hij kan weggooien.

Anders: checken

Valt je inzet in geen van beide categorieën, dan levert hij niets op. Een hand met een beetje waarde die alleen door betere handen wordt gecald, kost je geld zodra je hem inzet.

Die eerste heet een waarde-inzet, en de maat ervan volgt uit wie je wilt meekrijgen: klein als je een matige hand wilt verleiden, groot als je tegenstander genoeg sterke handen heeft om mee te gaan. Zet je alleen groot in met je beste handen en klein met de rest, dan is je inzet zelf de informatie waarmee hij je verslaat.

de rekensom van een bluf

Een bluf is geen gevoel maar een verhouding. Zet je 50 in een pot van 100, dan riskeer je 50 om 100 te winnen, en dan hoeft je tegenstander maar in 33,3 procent van de gevallen weg te gooien om je bluf te laten kloppen. Zet je de hele pot in, dan moet hij in de helft van de gevallen weggooien. Groter inzetten is dus niet stoerder, het is een hogere eis aan jezelf.

Welke hand je gebruikt om te bluffen, maakt uit. Je hebt op een bord van . Je kleur kwam niet, dus aan het einde win je nooit. Maar je houdt de aas van harten vast, en daarmee kan je tegenstander de hoogste kleur niet hebben. Zo'n kaart heet een blocker, en hij maakt van een waardeloze hand de beste bluf die je hebt.

meegaan of weggooien

Zit je aan de andere kant en heb je een hand die alleen van een bluf wint, dan heb je een bluffcatcher. De beslissing is opnieuw een verhouding: bij een inzet van de halve pot betaal je 50 om 200 te kunnen winnen, dus je hebt 25 procent nodig. Denk je dat hij hier vaker dan een op de vier keer bluft, dan ga je mee.

Wat je eerder in de hand hebt ingelegd, telt daarbij niet mee. Dat geld is van de pot, niet van jou, en het is de meest voorkomende reden dat mensen te vaak meegaan. De gratis rekenhulp voor pot odds geeft het percentage dat je nodig hebt in één keer, en de uitleg van pot odds staat kort in de woordenlijst.

Hoe vaak iemand bluft, weet je niet zeker; je schat het. Tegen een voorzichtige speler die zelden zonder iets inzet, is een bluffcatcher gewoon een fold. Tegen iemand die elke pot aanvalt, ga je juist vaker mee. Dat verschil goed inschatten begint bij wat hij op de turn deed, want een hand die uit het niets pas op de river groot wordt, is zelden waarde.

volgende stap

De oefening: één echte beslissing per dag.

Op de river zijn de potten het grootst en zijn de fouten het duurst, dus daar loont oefenen het meest. In het archief van de hand van de dag staat elke afgelopen dag een hand waar echt iets te beslissen valt, met de oplossing erbij en met wat elke optie in big blinds kost.

vragen over de river

Wat is de river in poker?

De vijfde en laatste gedeelde kaart, en de laatste inzetronde. Er valt niets meer te verbeteren: je hand is af en de vraag is alleen nog wie de beste heeft en hoeveel er nog in de pot gaat.

Wanneer moet je op de river inzetten?

Alleen als een slechtere hand je betaalt, of als een betere hand weggooit. Meer redenen zijn er niet. De veelgemaakte fout zit ertussenin: een matige hand inzetten waar alleen betere handen meegaan en alle slechtere weggooien.

Hoe vaak moet een bluf werken om winstgevend te zijn?

Dat volgt uit je inzet. Zet je de halve pot in, dan riskeer je 50 om 100 te winnen, en dan moet je tegenstander in minstens 33,3 procent van de gevallen weggooien. Bij een inzet ter grootte van de hele pot is dat 50 procent. Hoe groter je inzet, hoe vaker de bluf moet werken.

Wanneer ga je mee met een bluffcatcher?

Je legt twee getallen naast elkaar. Een inzet van de halve pot betekent dat je 50 betaalt om 200 te kunnen winnen, dus je hebt 25 procent nodig. Denk je dat je tegenstander hier vaker dan een op de vier keer bluft, dan is meegaan goed. Tegen iemand die vrijwel nooit bluft is diezelfde hand gewoon een fold.

Wat is een blocker?

Een kaart in je eigen hand die je tegenstander niet meer kan hebben. Houd jij de aas van harten vast, dan kan hij de hoogste kleur niet hebben. Dat maakt jouw hand een betere bluf, want de sterkste hand waarmee hij zou meegaan zit deels bij jou in de hand.

Waarom is nooit bluffen ook een fout?

Omdat je dan alleen inzet met sterke handen, en dat merkt iedereen op den duur. Als jouw inzet op de river altijd waarde is, hoeft niemand je nog te betalen. Een bescheiden aantal bluffen zorgt dat je goede handen wel gecald worden.

Terug naar het overzicht van poker leren, of lees waarom een verloren juiste beslissing nog steeds juist is.

Eerste import gratis, zonder betaalgegevens.

Gratis beginnen