POKIQ

leren · flop

De flop.

Er komen in één keer drie gedeelde kaarten op tafel, en de meeste spelers stellen dan de verkeerde vraag. Niet: heb ik iets geraakt. Maar: bij wiens handen past dit bord beter, bij die van mij of bij die van hem. Dat antwoord bepaalt of je inzet, hoe groot, en hoe vaak.

wiens bord is dit

Jij verhoogde preflop, dus jouw handen bevatten meer azen, heren en paren dan die van degene die meeging. Valt er een flop als , dan past dat bord bij jou en niet bij hem: hij heeft zelden een aas, want met een goede aas had hij zelf verhoogd.

Draai het om en het klopt nog steeds. Valt er , dan heeft hij daar veel meer handen voor dan jij, want jij gooide de meeste lage kaarten preflop weg. Inzetten is dus geen reflex maar een gevolg van deze vraag, en welke handen jij hier kunt hebben ligt al vast bij wat je preflop opende. De inzet van de preflop-verhoger op de flop heet een c-bet.

vier soorten borden

Droog

Drie kleuren, ver uit elkaar, bijna niets in wording

Er is weinig dat nog kan veranderen, en de heer past beter bij de handen waarmee jij verhoogde dan bij die van je tegenstander. Zet vaak in, maar klein: een derde van de pot is genoeg.

Nat

Kaarten tegen elkaar aan, twee van dezelfde kleur

Van alles is hier onderweg naar een straat of een kleur. Zet groot in met je sterke handen en met wat er nog kan groeien, en check de rest in plaats van er een gewoonte van te maken.

Gepaard

Twee dezelfde op tafel

Er zijn maar weinig handen die dit bord echt raken, dus meestal heeft niemand iets. Een kleine inzet doet hier veel werk.

Laag en verbonden

Lage kaarten die aan elkaar vastzitten

Dit bord past beter bij de handen van degene die meeging dan bij die van degene die verhoogde. Check hier vaker dan je gewend bent.

De maat van je inzet volgt de bordsoort en niet je hand. Klein op een droog bord, groot op een nat bord, en in beide gevallen met dezelfde maat voor je sterke handen als voor je bluffen. Zet je alleen groot in als je iets hebt, dan leest je tegenstander je binnen een half uur.

wat er nog kan komen

Heb je je hand nog niet af maar kun je hem afmaken, dan heet dat een trekker, en de kaarten die hem afmaken heten outs. De kansen hieronder gelden vanaf de flop, en ze zijn exact uitgerekend en niet geschat.

Wat je hebt Kans tot en met de river Kans op één kaart
Vier van dezelfde kleur, negen kaarten helpen 34,97 procent 19,57 procent
Straat aan twee kanten open, acht kaarten helpen 31,45 procent 17,39 procent
Straat met een gat, vier kaarten helpen 16,47 procent 8,70 procent

Aan tafel reken je dat niet uit. Je telt je outs en vermenigvuldigt ze met vier als er nog twee kaarten komen, of met twee als er nog één komt: dat is de regel van 2 en 4. Bij negen outs geeft die 36 procent tegenover de werkelijke 34,97 procent, en dat verschil verandert vrijwel nooit je beslissing.

Die kans zet je naast wat het kost. Zet iemand 50 in een pot van 100, dan betaal je 50 om 200 te kunnen winnen en heb je 25 procent nodig; met bijna 35 procent is meegaan dan duidelijk goed. De gratis rekenhulp voor pot odds zet die twee getallen naast elkaar terwijl je speelt.

volgende stap

De oefening: één echte beslissing per dag.

Bordsoorten herken je pas als je er een paar honderd hebt gezien. In het archief van de hand van de dag staat elke afgelopen dag een hand waar echt iets te beslissen valt, met de oplossing erbij en met wat elke optie in big blinds kost.

vragen over de flop

Wat is een c-bet?

De inzet op de flop van de speler die preflop als laatste verhoogde. Hij is zo gebruikelijk dat hij een eigen naam heeft gekregen, en juist daardoor wordt hij te vaak zonder nadenken gedaan.

Moet je altijd inzetten op de flop als je preflop verhoogde?

Nee. Op borden die passen bij de handen waarmee jij verhoogde, zoals een aas of een heer met verder weinig, kun je vaak en klein inzetten. Op lage, aaneengesloten borden ligt het voordeel bij de ander en check je beter. Altijd inzetten maakt je voorspelbaar: dan is elke keer dat je checkt automatisch zwak.

Hoe groot moet je inzetten op de flop?

Op een droog bord werkt klein, ongeveer een kwart tot een derde van de pot: er is weinig onderweg en je hele reeks handen kan goedkoop inzetten. Op een nat bord werkt groot, ongeveer de helft tot driekwart van de pot, want dan laat je alles wat nog moet groeien ervoor betalen.

Hoe groot is de kans dat je kleur binnenkomt?

Heb je op de flop vier kaarten van dezelfde kleur, dan zijn er nog negen die je hand afmaken. De kans dat er voor de river minstens één van komt is 34,97 procent. Wacht je de turn af en is die niet raak, dan is de kans op de laatste kaart nog 19,57 procent.

Wat betekent de regel van 2 en 4?

Een snelle schatting aan tafel. Tel de kaarten die je hand afmaken en vermenigvuldig ze met vier als er nog twee kaarten komen, of met twee als er nog één komt. Bij negen kaarten geeft dat 36 procent tegenover de echte 34,97 procent, dus voor een beslissing aan tafel is dat nauwkeurig genoeg.

Wat doe je op de flop tegen meerdere tegenstanders?

Veel voorzichtiger inzetten. Hoe meer mensen er meedoen, hoe groter de kans dat iemand het bord echt geraakt heeft, en hoe kleiner de kans dat iedereen opgeeft. Tegen twee of meer tegenstanders zet je vooral in als je zelf iets hebt.

Verder naar wat de turn verandert, of terug naar het overzicht van poker leren.

Eerste import gratis, zonder betaalgegevens.

Gratis beginnen